De kracht van een wiskundige attitude

Gepubliceerd op 9 april 2026 om 10:09

Waarom goed rekenonderwijs niet begint bij sommen, maar bij denken

De nieuwe kerndoelen voor rekenen/wiskunde in het primair onderwijs vragen iets fundamenteels van ons onderwijs. Niet méér sommen. Niet een andere methode. 
Maar iets wat vaak minder zichtbaar is en juist daarom zo krachtig: een wiskundige attitude.

 

Door Maaike en Anne | Leestijd: 5 minuten

Wat is een wiskundige attitude eigenlijk?


Kerndoel 17 verwoordt het helder: De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.

Maar wat betekent dat concreet in de klas?

Het gaat niet alleen om kunnen rekenen. Het gaat om hoe een leerling denkt, handelt en doorzet wanneer iets niet direct lukt.

Een leerling met een wiskundige attitude:

  • durft fouten te maken
  • probeert verschillende strategieën
  • blijft zoeken als het lastig wordt
  • ziet patronen en verbanden
  • reflecteert op de eigen aanpak
  • ervaart dat puzzelen loont

Oftewel: niet meteen weten is geen probleem, stoppen wel.

De verbinding met andere kerndoelen


Wat mooi is: deze attitude staat niet op zichzelf. Ze loopt als een rode draad door meerdere kerndoelen heen.

Kerndoel 15 – Wiskundige denk-werkwijzen

Hier zie je het direct terug. Leerlingen leren problemen oplossen zonder standaardaanpak, strategieën kiezen en aanpassen en nadenken over hun aanpak en uitkomst.

Daar ontstaat het echte leren: proberen, vastlopen, opnieuw denken en verdergaan.

Kerndoel 13 – Patronen en verbanden

Ook hier speelt wiskundig denken een grote rol. Leerlingen herkennen patronen, beschrijven wat ze zien en trekken dat inzicht door naar nieuwe situaties.

Daar ontstaat het moment waarop een leerling denkt: Hé, hier zit iets achter.

Kerndoel 10 – Getallen en verhoudingen

Zelfs bij basisvaardigheden zie je dit terug. Niet alleen uitvoeren, maar beredeneerd kiezen.

Niet: ik gebruik dit trucje, maar: waarom past deze aanpak hier?

Dat betekent niet dat je geen basisstrategie aanbiedt. Een duidelijke strategie kan juist een belangrijk startpunt zijn. Verdieping ontstaat wanneer leerlingen daarnaast leren dat er meerdere manieren kunnen zijn en hun keuze leren toelichten.

Begin vroeg met patronenherkenning voor kleuters met de oefening hierboven. Welke kleur moet het volgende figuur hebben?

Wat betekent dit voor jouw les?


Een wiskundige attitude ontwikkel je niet door alleen veel sommen te maken of steeds snel naar het antwoord toe te werken.

Het ontstaat juist in situaties waarin leerlingen moeten nadenken, proberen en ontdekken.


Voorbeeld 1 – De kracht van een opdracht die even schuurt

Geef leerlingen een opdracht die niet meteen duidelijk is.

Bijvoorbeeld:

Zet de getallen 1 t/m 9 zo in een vierkant dat elke rij hetzelfde totaal heeft.

Wat gebeurt er dan?

Leerlingen beginnen, lopen vast, proberen opnieuw, overleggen en ontdekken patronen.

Precies daar gebeurt het leren: niet alleen in het antwoord, maar vooral in het proces.

Voorbeeld 2 – Magische driehoeken

Ook magische driehoeken zijn krachtig.

Leerlingen zoeken hoe getallen zo geplaatst kunnen worden dat elke zijde dezelfde uitkomst heeft.

Daarbij oefenen zij:

  • logisch redeneren
  • controleren
  • strategie aanpassen
  • opnieuw proberen
  • Herkennen van patronen

Omdat de opdracht overzichtelijk blijft, kunnen ook zwakkere rekenaars succes ervaren.

Voorbeeld 3 – WODB (Which One Doesn’t Belong?)

Met denkvierkanten leren leerlingen nadenken over het waarom.

Waarom hoort deze er niet bij? En waarom zou een andere keuze ook kunnen?

Door hierover te praten leren leerlingen:

  • hun keuze motiveren
  • uitleg geven
  • luisteren naar andere oplossingen

Elke leerling kan meedoen, omdat er op elk niveau denkstappen mogelijk zijn en alle onderbouwde antwoorden juist zijn. 

Spel als krachtige motor


Ook spellen kunnen deze houding sterk ondersteunen.

Een Sudoku is daarvan een mooi voorbeeld. Leerlingen leren doorzetten, fouten accepteren, strategie aanpassen en opnieuw proberen. Door eenvoudige varianten te kiezen, blijft het toegankelijk voor verschillende niveaus.

Ook Tangram werkt goed. Leerlingen zoeken, draaien, vergelijken en ontdekken stap voor stap wat past. Daarbij oefenen zij ruimtelijk inzicht en doorzettingsvermogen. 

Een ander mooi spel is Eulers Uitdaging. Een ogenschijnlijk simpele puzzel die leerlingen dwingt om vooruit te denken, patronen te herkennen, strategieën aan te passen en vooral door te zetten! Doordat er verschillende niveaus in het spel zitten, is het goed te gebruiken vanaf groep 3. 

Juist dit soort spellen maken zichtbaar dat denken tijd mag kosten en dat succes vaak ontstaat na meerdere pogingen.

 

De rol van de leerkracht


Dit vraagt ook iets anders van jou als leerkracht.

De focus verschuift van uitleggen en voordoen naar het begeleiden van het denkproces.

Vragen die daarbij helpen zijn:

  • Wat heb je al geprobeerd?
  • Waarom werkte dat wel of niet?
  • Wat zou je nu anders doen?

Door niet meteen de oplossing te geven, ervaren leerlingen dat puzzelen loont.

En juist daarin ontstaan succeservaringen.


Wil je hier concreet mee aan de slag?

Tijdens onze studiedag voor het primair onderwijs gaan we hier dieper op in:

  • wat betekenen de kerndoelen concreet in jouw les?
  • hoe werk je doelgericht naar 1F en 1S?
  • hoe zet je spellen en werkvormen effectief in?
  • hoe maak je denken zichtbaar in je klas?

En vooral: hoe maak je dit praktisch en haalbaar binnen jouw onderwijs? 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.