Wie doet eigenlijk het denkwerk in de klas?
Je stelt een vraag aan de klas.
“Als we 2 bij 3 optellen, krijgen we…?”
Stilte.
“Kom op jongens, 2 plus 3?”
Nog steeds niks.
En dat terwijl je de les goed had voorbereid. De uitleg stond klaar, de slides waren helder en je had precies bedacht welke stappen leerlingen moesten zetten. Misschien had je het zelfs zó goed voorbereid dat je het grootste deel van het denkwerk al voor ze had gedaan.
Dat is een herkenbare valkuil. Als docent werk je hard: je legt uit, stelt bijvragen, geeft hints, controleert antwoorden en vat samen. Voor je het weet, ben jij degene die het meeste denkt, terwijl leerlingen vooral volgen. Niet omdat ze niets kunnen, maar omdat wachten soms veiliger voelt dan proberen.
Juist bij rekenen en wiskunde is dat belangrijk. Veel leerlingen voelen spanning of onzekerheid bij het vak. Onderzoek naar wiskundeangst laat zien dat hoge wiskundeangst kan samenhangen met vermijding en minder gunstige ontwikkeling in prestaties. Dat betekent niet dat elke frustratie verkeerd is. Leren mag best schuren. Maar leerlingen moeten wel een veilige manier krijgen om te proberen, fouten te maken, te herstellen en opnieuw te denken.
Daar komen activerende werkvormen in beeld.
Niet als leuk extraatje. Niet als pauze van de echte les. Maar als didactische keuze: waar ligt het denkwerk? Bij de docent? Of bij de leerling?
Actief is niet hetzelfde als druk
Bij activerende werkvormen denken we al snel aan beweging, kaartjes, spelvormen, samenwerken of opdrachten door de klas. Dat kan allemaal helpen. Maar een klas is niet automatisch actief omdat leerlingen rondlopen. En een stille leerling kan juist diep aan het nadenken zijn.
Activerend werken gaat niet in de eerste plaats over drukte. Het gaat over denkactiviteit. Een werkvorm is activerend wanneer leerlingen zelf iets met de leerstof moeten doen. Bijvoorbeeld:
voorspellen, kiezen, vergelijken, uitleggen, controleren, verbeteren, redeneren, verdedigen of toepassen in een nieuwe situatie.
Als leerlingen alleen luisteren, is het voor jou als docent lastig te zien wat er werkelijk gebeurt. Snappen ze het? Denken ze mee? Of wachten ze tot jij de volgende stap geeft?
Bij een goede activerende werkvorm wordt denken zichtbaar. Leerlingen moeten iets kiezen, uitleggen of controleren. Daardoor zie je sneller waar misverstanden zitten. Ook leerlingen zelf merken eerder wat ze wel en niet begrijpen.
Dat is geen gevoel alleen. Een grote meta-analyse naar active learning in STEM-onderwijs liet zien dat studenten in actieve leeromgevingen gemiddeld beter presteerden dan studenten in traditionelere hoorcollegevormen. De context is niet één-op-één hetzelfde als een VO-klas, maar de richting is duidelijk: leren wordt sterker wanneer leerlingen actief met de stof moeten werken.
Een veelgemaakte denkfout is dat leerlingen actiever worden als we de opdracht makkelijker maken. Soms is dat nodig. Maar vaak zit het probleem ergens anders.
Leerlingen haken niet altijd af omdat de stof te moeilijk is. Ze haken soms af omdat ze niet weten waar ze moeten beginnen, omdat ze bang zijn om fout te zitten, of omdat het denkwerk al door de docent is ingevuld.
Een activerende werkvorm verlaagt de drempel niet door alles simpeler te maken, maar door de eerste denkstap duidelijker te maken.
Bijvoorbeeld:
Niet: “Maak opdracht 12 tot en met 18.”
Maar:
“Welke opdracht lijkt je het makkelijkst? Welke het lastigst? Waarom?”
“Maak eerst een schatting voordat je gaat rekenen.”
“Vergelijk jouw aanpak met die van je buur.”
“Zoek de fout in deze uitwerking.”
“Leg uit welke informatie je nodig hebt en welke overbodig is.”
De inhoud blijft serieus. Alleen de leerling krijgt een actievere rol in het denken.
Activerende werkvormen zijn serieus onderwijs
Activerende werkvormen werken niet omdat ze leuker zijn. Ze werken omdat ze leerlingen dwingen om iets met de leerstof te doen.
Ze moeten kiezen.
Ze moeten proberen.
Ze moeten uitleggen.
Ze moeten controleren.
Ze moeten samenwerken.
Ze moeten nadenken over hun eigen aanpak.
Daarom zijn activerende werkvormen geen versiering van de les. Ze zijn een manier om de les beter te ontwerpen.
De belangrijkste vraag is dus niet:
“Welke leuke werkvorm kan ik doen?” Maar: “Welke denkstap wil ik bij mijn leerlingen leggen?”
Als je die vraag stelt, verandert activerend onderwijs van een extraatje in een didactische keuze.
Hou onze blog in de gaten om te leren hoe je dit concreet in jouw lessen implementeert of kom naar de studiedag en schrijf je hier in!
Reactie plaatsen
Reacties